Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020

Onder 4.11. Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:802.

Op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de vergoedingsbedingen in de overige DL hypotheken een redelijke vergoeding inhouden voor door NNB als gevolg van vervroegde aflossing geleden verlies en gederfde winst. De omstandigheid dat de berekening van de vergoeding is gebaseerd op de dichtstbij gelegen kortere RVP (in plaats van de langere) maakt het beding niet a priori oneerlijk. Het gaat hier om een methode om schade abstract te berekenen, waarbij een tarief voor de resterende RVP in de regel niet aanwezig is, zodat gekozen moet worden voor een daarmee meest overeenkomend tarief. Daarbij komen twee keuzes in aanmerking die op zichzelf even verdedigbaar zijn: de dichtstbij gelegen kortere of langere RVP. Dat de berekening op basis van de nabijgelegen langere RVP tot een voor de consument gunstiger resultaat leidt, heeft niet tot gevolg dat een beding dat kiest voor de evenzeer verdedigbare kortere RVP leidt tot een resultaat dat geen ‘redelijke vergoeding’ is voor geleden verlies en gederfde winst. Hierbij neemt de rechtbank mee dat onbetwist door NNB is gesteld dat na invoering van de Leidraad een algemene verhoging van de rentetarieven heeft plaatsgevonden om de financiële gevolgen van individuele vervroegde aflossing volgens de nieuwe berekeningsmethode compenseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf, en de alinea staat in dat document op bytes 43905 tot 45300.