Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 februari 2020

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 13 februari 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:838.

Gelet op dit kader en op de verstrekkende gevolgen van registratie voor betrokkene, moeten hoge eisen worden gesteld aan de grond(en) voor registratie. Zo moeten de feiten in voldoende mate vaststaan (Gerechtshof Amsterdam 13 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2284). Reaal beschuldigt [eiser] van verzekeringsfraude. Voor de opname van strafrechtelijke persoonsgegevens is een veroordeling door de strafrechter niet vereist. Het moet gaan om zodanig concrete feiten en omstandigheden dat deze een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring – in de zin van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering – kunnen dragen. De gedragingen moeten dus een zwaardere verdenking opleveren dan alleen een redelijk vermoeden van schuld (HR 29 mei 2009, LJN BH4720). Uitgangspunt is verder dat het aan de financiële instelling, in dit geval Reaal, is om te concretiseren en te motiveren waarom zij tot registratie is overgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f25bdd067652fdb55a7579b95283cdb13a50a8191722bf2dca87a8a4325f8ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f25bdd067652fdb55a7579b95283cdb13a50a8191722bf2dca87a8a4325f8ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 26988 tot 27930.