Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 maart 2021

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 4 maart 2021

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1721.

Ten aanzien van deze laatste omstandigheid – tijdverloop – wordt nog het volgende overwogen. De in artikel 14 AR opgenomen vijfjaarstermijn is geen wet in formele of materiële zin. Die termijn behelst een beleidsbeslissing van de representatieve organisaties die tezamen de BKR bemensen en heeft als zodanig gezag. Naarmate het einde van de termijn van vijf jaar nadert, krijgt de factor tijdverloop in het algemeen meer gewicht. De reden daarvan is dat de nog wel aanwezige belangen bij het voortduren van de registratie na het verstrijken van een langere periode steeds verder in gewicht afnemen in relatie tot de belangen van de betrokkene bij verwijdering daarvan. Kortom, de ‘lat’ wat betreft het gewicht van de over en weer in aanmerking te nemen belangen komt dus met het voortschrijden van de tijd na de registratie van de herstelmelding, steeds hoger te liggen voor de kredietverstrekker en dienovereenkomstig lager voor degene ten aanzien van wie de gegevens zijn geregistreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f4cd54cb60c575c81f46b7ddd381d99dc8e34720be62307210d2ad8dca33f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f4cd54cb60c575c81f46b7ddd381d99dc8e34720be62307210d2ad8dca33f5, en de alinea staat in dat document op bytes 23324 tot 24349.