Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 juni 2021

Onder 4.8. Rechtbank Amsterdam 9 juni 2021

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3422.

[eiseres] betwist dat haar vorderingen verjaard zijn. Zij voert aan dat de verjaring pas op zijn vroegst is gaan lopen bij inschakeling van haar advocaat in mei 2018. Voor die tijd was ze niet op de hoogte van het bestaan en de omvang van de zorgplicht van Rabobank. Vanaf het moment dat [eiseres] het idee kreeg dat het een en ander niet in de haak was, heeft zij zich samen met Cadension tot Rabobank gewend met vragen en klachten. Bovendien was zij ook nog niet daadwerkelijk bekend met het bestaan van haar schade. Dat heeft zij ook pas ontdekt bij het inschakelen van haar advocaat. Voorts heeft Rabobank in haar brief van 2015 ontkend fouten te hebben gemaakt en daarna steeds verzocht de uitkomst van het UHK af te wachten. Daarmee heeft zij geruststellende mededelingen verricht richting [eiseres] . Het ontkennen van fouten maakt voorts dat een verjaringstermijn überhaupt niet gaat lopen. De verjaringstermijn is dan ook in ieder geval niet eerder gaan lopen dan bij inschakeling van haar advocaat in mei 2018.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4b7b4e73588a69076ff2f828ab73cc0f21aca99451c011e6977c1e2e800567. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4b7b4e73588a69076ff2f828ab73cc0f21aca99451c011e6977c1e2e800567, en de alinea staat in dat document op bytes 37011 tot 38056.