Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021
Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:405.
Indien dat niet tijdig gebeurt zal de eiser in beginsel in zijn vordering niet-ontvankelijk zijn (Hof Amsterdam 5-11-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3966, r.o. 3.4.5, en Hof Amsterdam 2-2-2021, zaaknr 200.275.652/01 KG, r.o. 4.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1c2c8a858bd8acd5b0576650e99417bc1ff38b0cf2d6f9e148fb0db3392ece0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1c2c8a858bd8acd5b0576650e99417bc1ff38b0cf2d6f9e148fb0db3392ece0, en de alinea staat in dat document op bytes 25821 tot 26058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1c2c8a858bd8acd5b0576650e99417bc1ff38b0cf2d6f9e148fb0db3392ece0 | shasum -a 256