Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:405.

[eiser] zal daarin niet worden gevolgd. Hoist is in de afwijzende beslissing van 3 december 2020 uitvoerig ingegaan op zijn situatie en de gevolgen daarvan moeten [eiser] duidelijk zijn geweest. Hij zal op dat moment concrete plannen hebben gehad voor de koop van een woning en ondanks de duidelijke vermelding onderaan die brief van de termijn van zes weken voor het instellen van een verzoek bij de rechtbank, heeft hij ook die termijn laten verlopen. Niet valt in te zien dat [eiser] niet tijdig een verzoekschriftprocedure of een kort geding aanhangig had kunnen maken. Verder zijn de feiten en omstandigheden niet gewijzigd, behalve dat [eiser] op 25 december 2020 daadwerkelijk een woning heeft gekocht. Deze omstandigheid komt echter voor rekening en risico van [eiser] zelf, aangezien hij ervan op de hoogte was of redelijkerwijs moest zijn, dat de BKR-registratie voor de financiering daarvan een probleem zou kunnen vormen en hij tijdig een procedure had kunnen starten. Het voorgaande brengt mee dat [eiser] in beginsel in zijn vordering niet-ontvankelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1c2c8a858bd8acd5b0576650e99417bc1ff38b0cf2d6f9e148fb0db3392ece0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1c2c8a858bd8acd5b0576650e99417bc1ff38b0cf2d6f9e148fb0db3392ece0, en de alinea staat in dat document op bytes 27795 tot 28888.