Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 februari 2021

Alinea 32 Rechtbank Amsterdam 19 februari 2021

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:844.

8. Uit de tekst van artikel 8 van de overeenkomst, waar eisende partij thans naar verwijst, blijkt immers dat de overeenkomst alleen voor eisende partij zelf, en onder de door haar bedongen voorwaarde, niet bindend is. De door eisende partij gestelde omstandigheid dat zij gedaagde partij nooit zou binden aan onderhavige overeenkomst indien hij dat voor uitbetaling van het krediet zou aangeven, maakt dat niet anders. Bij de beoordeling van het vermoedelijk oneerlijke karakter van een beding dient immers te worden uitgegaan van de datum van totstandkoming van de overeenkomst en de omstandigheden rond de sluiting van die overeenkomst. Indien het de bedoeling van eisende partij was gedaagde partij voor uitbetaling van het krediet nog niet te binden, dan had het op haar weg gelegen hem daar duidelijk en begrijpelijk over te informeren zodat gedaagde partij de gevolgen die daar voor hem uit voortvloeien kon inschatten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33190860390857e665f2018b8fc34f68c039d7191a8b2e6ae69f100a31872a38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33190860390857e665f2018b8fc34f68c039d7191a8b2e6ae69f100a31872a38, en de alinea staat in dat document op bytes 10460 tot 11401.