Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 september 2022

Onder 3.3. Rechtbank Amsterdam 22 september 2022

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 september 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:5565.

Volgens verweerder is zijn uitleg ook de uitleg die het beste past in het systeem van de AVG en de Europese fundamentele rechten. Hij verwijst daartoe naar artikel 8 van het Handvest van de Europese Unie (het Handvest), waarin het recht op bescherming van persoonsgegevens is opgenomen. Beperkingen op dit recht moeten op grond van artikel 52 van het Handvest bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Met de AVG wordt volgens verweerder in feite uitvoering gegeven aan artikel 52 van het Handvest en dit volgt uit considerans 4 van de AVG. Daarin is overwogen dat: “de verwerking van persoonsgegevens moet ten dienste van de mens staan. Het recht op bescherming van persoonsgegevens heeft geen absolute gelding, maar moet worden beschouwd in relatie tot de functie ervan in de samenleving en moet conform het evenredigheidsbeginsel tegen andere grondrechten worden afgewogen. Deze verordening eerbiedigt alle grondrechten alsook de vrijheden en beginselen die zijn erkend in het Handvest zoals dat in de Verdragen is verankerd, met name de eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, woning en communicatie, de bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, de vrijheid van ondernemerschap, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, en het recht op culturele, godsdienstige en taalkundige verscheidenheid (…).”. Het belang van de bescherming van persoonsgegevens kan op gespannen voet komen te staan met andere door het recht erkende algemene beginselen en/of rechten van anderen. In dat geval moet er volgens verweerder een afweging plaatsvinden, waarbij het Handvest en de AVG een concreet afwegingsmechanisme bieden in de vorm van artikel 6, eerste lid aanhef en onder f van de AVG, gelezen in combinatie met artikel 52 van het Handvest. Een belang in de zin van artikel 6, eerste lid aanhef en onder f van de AVG moet (vanwege de beperking die het oplevert met het grondrecht op de bescherming van persoonsgegevens) gelet op het Handvest op zijn minst doelstellingen van algemeen belang raken die worden erkend door de Unie of nodig zijn om rechten en vrijheden van anderen te beschermen. Doelstellingen van algemeen belang zijn ‘tot de wet behorende, wet zijnd, in een wet vastgelegde’ belangen, en rechten en vrijheden van anderen zijn dat ook. Het moet gaan om belangen die door de Unie of nationale wetgever als beschermingswaardig worden aangemerkt. Zij hebben een maatschappelijk gewicht en van eenieder mag worden verwacht dat zij in het maatschappelijk verkeer rekening houdt met deze belangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adff6ea0c45880202c12d2e183008968348fa3e4be5fe8e65f0e34265e795fdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adff6ea0c45880202c12d2e183008968348fa3e4be5fe8e65f0e34265e795fdc, en de alinea staat in dat document op bytes 17477 tot 20238.