Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2022

Onder 4.29. Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2022

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6812.

Indien geen sprake is van een overeenkomst met een mededingingsbeperkende strekking, dienen de gevolgen voor de mededinging te worden onderzocht. Volgens vaste rechtspraak van het HvJ vallen alleen merkbare beperkingen van de mededinging onder het verbod van artikel 101 lid 1 VWEU. Daarnaast zijn sommige mededingingsbeperkingen niet in strijd met het kartelverbod omdat zij een noodzakelijk onderdeel zijn van een bredere overeenkomst die in haar geheel mededingingsbevorderend is. Er is dan sprake van een ‘nevenrestrictie’. Het gaat hierbij om beperkingen die rechtstreeks verband houden met, en objectief gezien nodig zijn voor, de realisering van een hoofdtransactie. Het enkele feit dat een activiteit zonder de restrictie moeilijker te realiseren is of minder winstgevend is, maakt de restrictie nog niet objectief noodzakelijk. Een dergelijke uitleg zou erop neerkomen dat dit begrip wordt uitgebreid tot beperkingen die niet strikt noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de primaire activiteit. Dat zou afdoen aan de nuttige werking van het in artikel 101 lid 1 VWEU vervatte verbod.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ba155d9b2fb6c5b218ff078b817cad572eb4aa7530b62ca403f1c733261a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ba155d9b2fb6c5b218ff078b817cad572eb4aa7530b62ca403f1c733261a97, en de alinea staat in dat document op bytes 65898 tot 67207.