Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 mei 2022

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 4 mei 2022

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6994.

Voor het aannemen van een belang bij de door hen gewenste voeging is nodig dat de Stichting c.s. nadelige gevolgen kunnen ondervinden van een uitkomst van de hoofdzaak die ongunstig is voor Temper (HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6692 en HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241). Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toewijzing van de vordering tegen Temper of het gezag van gewijsde van eindbeslissingen in de hoofdzaak zal kunnen hebben voor de Stichting c.s., zie HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306 en HR 15 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:43. In precedentwerking is niet voldoende belang gelegen, ook niet als het gaat om sterk op elkaar gelijkende zaken tussen deels dezelfde partijen (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e7301e1b944ece88e1d8a6877f81ad4f3268575e58dce350dafbb282a2c525. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e7301e1b944ece88e1d8a6877f81ad4f3268575e58dce350dafbb282a2c525, en de alinea staat in dat document op bytes 21249 tot 22067.