Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 maart 2023

Onder 2.16 Rechtbank Amsterdam 9 maart 2023

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1221.

Verder verklaart zij: “ Wij hadden een rekening bij de Rabobank en een Rekening bij de ING. De rekening bij de Rabobank was onze lopende rekening en daar had ik ook een pasje van. Van de ING hadden wij geen pas. Van mijn mans werk hadden wij inkomsten. En ook dat kleine beetje wat ik verdiende. Beide salarissen kwam op de lopende rekening binnen. Mijn man deed de financiële administratie. Misschien een beetje naïef, maar zo was het wel. Ik zorg voor het reilen en zeilen thuis en mijn man voor de financiën. Mijn man regelde de betalingen. Hij betaalde alle rekeningen en zorgde voor de overboekingen. Mijn uitgaven deed ik met contant geld dat ik had gepind. Mijn man opende de bankafschriften en die borg hij op in de mappen. Ik heb misschien weleens een afschrift geopend van de lopende rekening bij de Rabobank. Maar de afschriften van de ING zag ik nooit in want dat was voor de hypotheek. Ik heb nooit een betaling aan of van Dexia gezien. Daar heeft mijn man iemand voor. Iemand van zijn voormalige werkgever. Nu onderteken ik de aangifte wel, maar of dat toen ook was durf ik niet te zeggen. Ik keek de aangiftes verder niet in .”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041fb4f709f404162266d9fa46340078986c1c0aea8f93e86e09cd97d5174ed7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041fb4f709f404162266d9fa46340078986c1c0aea8f93e86e09cd97d5174ed7, en de alinea staat in dat document op bytes 28748 tot 29956.