Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2023

Onder 6.2. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2023

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:749.

Verschoningsrecht 6.3. [gedaagde] heeft zich voorts beroepen op zijn verschoningsrecht als advocaat. Dit moet ertoe leiden, aldus [gedaagde] , dat het bewijsbeslag wordt opgeheven. Het enkele feit dat [gedaagde] staat ingeschreven als advocaat brengt echter niet mee dat hem om die reden reeds een verschoningsrecht toekomt. Of [gedaagde] een beroep op het verschoningsrecht toekomt, hangt af van de vraag in welke hoedanigheid hij optrad in de verhouding tussen [eiser 1] en [naam 4] . Alleen als hij als advocaat heeft bemiddeld komt hem uit dien hoofde het verschoningsrecht toe. In dit geval kan uit e-mails en brieven van [gedaagde] zelf worden afgeleid dat [gedaagde] niet – zoals hij stelt – als advocaat is opgetreden, maar als bemiddelaar. [eiser 1] heeft in dit verband verwezen naar e-mails van [gedaagde] uit augustus en oktober 2016, uit januari 2018, uit januari en februari 2019 en uit juni 2020 waarin [gedaagde] (bijvoorbeeld) schrijft: “ voor geen van beide partijen als advocaat op[treedt] ” “ gevraagd om te bemiddelen ” “ als bemiddelaar ” “ niet in opdracht van [naam 4] ” “ als mediator ” “ de rol van bemiddelaar [heeft] vervuld en [is] blijven vervullen ” “ al jarenlang advocaat [is] van [eiser 1] en [naam 4] ” en daarom “ niet voor hen allebei kan optreden ” “ deze opdracht niet als advocaat [kan] aannemen ” “ aansprakelijkheid voor een juridische fout bij de uitwerking en uitvoering van de schikking sowieso niet [kan] accepteren want omdat ik niet als advocaat optreed en ik ook niet [ben] verzekerd tegen dergelijke aansprakelijkheid ” In een brief van 16 februari 2017 heeft [gedaagde] aan [eiser 1] en [naam 4] het volgende geschreven: “ Zoals jullie begrijpen is er in 2016 voor mij erg veel tijd aan het dossier besteed. Ik heb er meer dan 100 uur in zitten, maar er is ook tijd verloren gegaan aan het bespreken van mijn exacte rol nu ik in deze niet als advocaat maar als mediator optreed. ” In een e-mail van 14 februari 2019 heeft [gedaagde] geschreven: “ ik wil graag (…) dat beide partijen verklaren zich er volledig van bewust te zijn dat ik datgene wat van mij wordt gevraagd niet als hun advocaat kan doen (want ik ben van beide partijen nog steeds advocaat in andere zaken) omdat er dan sprake is van het optreden ten behoeve van twee partijen die een duidelijk tegenstrijdig belang hebben; gelet op het voorgaande zal ik, als partijen desalniettemin willen dat ik deze opdracht uitvoer, deze opdracht als bemiddelaar op mij nemen. ” Niet alleen valt in het licht van deze (vele) correspondentie niet in te zien hoe [gedaagde] thans het standpunt kan innemen dat hij wél heeft opgetreden als advocaat, ook is voldoende aannemelijk dat [eiser 1] en [naam 4] [gedaagde] zagen als bemiddelaar en niet als advocaat. De hiervoor geciteerde e-mails en brieven van [gedaagde] waren immers gericht aan [eiser 1] en [naam 4] , en niet is gesteld of gebleken dat [eiser 1] of [naam 4] ooit te kennen heeft gegeven het met de inhoud hiervan niet eens te zijn. Dat [gedaagde] niet als advocaat optrad wordt verder onderstreept door het feit dat zowel [eiser 1] als [naam 4] in het gehele proces nog werden bijgestaan door (andere) advocaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fb3e5cb25514342455e23ed4cddaa4a8c15d0e770486c9aec0b60cc14cb74ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fb3e5cb25514342455e23ed4cddaa4a8c15d0e770486c9aec0b60cc14cb74ef, en de alinea staat in dat document op bytes 58832 tot 62848.