Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024

Alinea 185 Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:131.

“43. In deze context heeft het Hof geoordeeld dat de lidstaten door middel van hun nationale recht de modaliteiten dienen te bepalen in het kader waarvan kan worden vastgesteld dat een in een overeenkomst opgenomen beding oneerlijk is en in het kader waarvan de concrete juridische gevolgen van deze vaststelling vorm krijgen. Op basis van een dergelijke vaststelling moet de situatie waarin de consument zich rechtens en feitelijk zonder dat oneerlijke beding zou hebben bevonden, evenwel kunnen worden hersteld, met name door een recht in het leven te roepen op terugbetaling van de voordelen die de verkoper op grond van dat oneerlijke beding ten nadele van de consument onverschuldigd heeft verkregen. Dat door het nationale recht geboden regelingskader voor de door richtlijn 93/13 aan consumenten geboden bescherming mag namelijk niet de inhoud van deze bescherming wijzigen (zie in die zin arrest van 21 december 2016, [partij] e.a., C154/15, C307/15 en C308/15 , EU:C:2016:980 , punten 65 en 66 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60bafac3f5c7252db312b75ba365d978ebc4342011cf34063852d260e73ec699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60bafac3f5c7252db312b75ba365d978ebc4342011cf34063852d260e73ec699, en de alinea staat in dat document op bytes 48054 tot 49223.