Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024

Alinea 218 Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:131.

De Richtlijn verzet zich dus niet tegen een verjaringstermijn van drie of vijf jaar voor het instellen van de vordering tot terugbetaling, mits het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel worden geëerbiedigd. Op de vordering tot terugbetaling is art. 3:309 BW van toepassing dat bepaalt dat de vordering verjaart 5 jaar nadat de schuldeiser met de vordering bekend is geworden en in ieder geval 20 jaar nadat de vordering is ontstaan. Kan worden aangenomen dat eerbiediging van het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel inhoudt dat de schuldenaar in ieder geval niet bekend geacht kan worden met de vordering en dat de verjaringstermijn dus niet eerder begint te lopen dan vanaf de datum waarop de rechter het huurverhogingsbeding als zijnde oneerlijk heeft vernietigd, dan wel vanaf het moment dat de huurder op andere wijze, bijvoorbeeld doordat de oneerlijkheid van dergelijke bedingen via publiciteit bekend is geworden aan een groter publiek?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60bafac3f5c7252db312b75ba365d978ebc4342011cf34063852d260e73ec699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60bafac3f5c7252db312b75ba365d978ebc4342011cf34063852d260e73ec699, en de alinea staat in dat document op bytes 61843 tot 62825.