Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024

Onder 5.3.1. Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3743.

Richtlijn 2016/680 is in Nederland geïmplementeerd in de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Wjsg) en de daaronder vallende besluiten. De bepalingen daarin dienen normconform de richtlijn en het Handvest en de daaruit voortvloeiende juridische kaders te worden geïnterpreteerd. De juridische kaders volgen voornamelijk uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) over Richtlijn 2002/58/EG (hierna: richtlijn 2002/58). Die richtlijn ziet op de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie. In dat kader wordt een coherente en homogene toepassing van de regels inzake bescherming van de grondrechten van personen in verband met verwerking van persoonsgegevens binnen de gehele Europese Unie te verzekeren beoogd. Dat betekent dat de grondrechten van de artikelen 7 en 8 van het Handvest bij bijna alle vormen van gegevensverwerking dienen te worden gewaarborgd zoals het HvJEU dit heeft geschetst in de rechtspraak. Daarmee is het juridisch kader ook van belang bij vergelijkbare inbreuken op de rechten van de artikelen 7 en 8 van het Handvest, die vallen binnen de werkingssfeer van het Unierecht, zoals in onderhavige zaak het geval is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bef75da2e9d4166f8080f74aa4ce6cd7a84ae84e2abca6d234404026aa251d32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bef75da2e9d4166f8080f74aa4ce6cd7a84ae84e2abca6d234404026aa251d32, en de alinea staat in dat document op bytes 28010 tot 29332.