Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024
Onder 5.3.2. Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3743.
In het geval dat de aanbieder van een communicatiedienst tevens verdachte is – zoals het geval is bij Ennetcom en PGPSafe – kunnen de opsporingsdiensten in het kader van een doorzoeking gegevens die in een bij die verdachte aanwezige gegevensdrager zijn opgeslagen, vastleggen op de voet van artikel 125i Sv. Artikel 125la Sv komt als lex specialis van artikel 125i Sv in beginsel pas in beeld als er communicatie tussen derden op deze gegevensdrager wordt aangetroffen en de officier van justitie daar kennis van wil nemen. Uit het dossier blijkt dat zowel in het geval van Ennetcom als PGPSafe verwacht werd dat men communicatie tussen gebruikers van de dienst zou aantreffen en dat deze wellicht ook te ontsleutelen was. Dat maakt dat het Openbaar Ministerie naar het oordeel van de rechtbank artikel 125la Sv mede aan beide rechtshulpverzoeken ten grondslag had moeten leggen en dat deze dus vergezeld hadden moeten gaan van een machtiging van de rechter-commissaris.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bef75da2e9d4166f8080f74aa4ce6cd7a84ae84e2abca6d234404026aa251d32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bef75da2e9d4166f8080f74aa4ce6cd7a84ae84e2abca6d234404026aa251d32, en de alinea staat in dat document op bytes 38752 tot 39740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bef75da2e9d4166f8080f74aa4ce6cd7a84ae84e2abca6d234404026aa251d32 | shasum -a 256