Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024

Onder 8.2. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:511.

De raadsman heeft in het kader van de strafmaat naar voren gebracht dat verdachte is aangehouden in een verwarde toestand, onder invloed van middelen, en dat hij zich niets kan herinneren van de betreffende avond. Verdachte herkent zich niet in hetgeen hem wordt verweten en er kan in deze zaak geen motief voor zijn handelen worden aangewezen, hetgeen bepalend is voor de hoogte van een op te leggen straf. Anders dan door de officier van justitie wordt gesteld – is er géén sprake geweest van calculerend handelen door verdachte. De zaken waarnaar de officier van justitie verwijst in het kader van de strafmaat, verschillen op onderdelen met onderhavige zaak. De eis van de officier van justitie is te hoog en past beter in een zaak waarin sprake is van voorbedachte rade (moord). In dit geval zou een gevangenisstraf voor de duur van acht of negen jaar meer passend zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc, en de alinea staat in dat document op bytes 45596 tot 46489.