Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:511.
Verdachte heeft in zijn eerste verhoor bij de politie, op 2 juni 2022 om 17:10 uur, verklaard dat hij in de nacht van 1 juni 2022 een man zag liggen op een trapje met zijn hoofd naar beneden en dat hij de man is gaan reanimeren. Blijkbaar leefde de man niet meer en hierop is verdachte weggegaan. In het tweede verhoor bij de politie op 29 juni 2022 heeft verdachte verklaard dat hij zich niets, dan wel nauwelijks nog iets, kan herinneren van de nacht van 1 juni 2022. Hij verklaart dat hij tijdens zijn verklaring op 2 juni 2022 ‘niet zo sober was’, waardoor hij dingen heeft verklaard waar hij niet zeker van was. En “alles wat ik heb gezegd in het ziekenhuis en daarvoor tegen de politie is niet waar want ik was verdoofd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc, en de alinea staat in dat document op bytes 27566 tot 28314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc | shasum -a 256