Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024

Onder 4.4.2. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:511.

De rechtbank is niet gebleken van een omstandigheid die het opzet van verdachte wegneemt, zoals de – uitzonderlijke – situatie dat bij verdachte ten tijde van het delict ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. In dit verband overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende. Hoewel verdachte bij zijn aanhouding (ruim 10,5 uur na het feit) sterk onder invloed was van medicijnen en verdovende middelen en hij stelt zich niets meer van de bewuste nacht van 1 juni 2022 te kunnen herinneren, geeft de inhoud van het dossier – en met name de camerabeelden waarop het gedrag van verdachte voorafgaand, tijdens en direct na het delict zichtbaar is – geen aanleiding te veronderstellen dat ten tijde van het delict van een situatie als voornoemd sprake was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc, en de alinea staat in dat document op bytes 39485 tot 40391.