Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024
Onder 4.4.2. Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:511.
Tevens is de rechtbank van oordeel dat verdachte ná het plegen van het delict een aantal gecoördineerde en bewuste handelingen verricht die niet anders kunnen worden geduid dan als het verhullen van het delict dan wel de betrokkenheid daarbij. In dit verband wijst de rechtbank allereerst op het verslepen van [slachtoffer] naar de trap die leidt naar het onder straatniveau liggende souterrain van perceel 31 , een plaats waar het lichaam veel minder zichtbaar is voor passanten. Tevens is in dit verband relevant het vlak na het delict hurken/bukken van verdachte op het moment dat een fietser en auto de plaats delict passeren, zodat deze verdachte niet opmerken, en het door verdachte trachten schoon te maken van de schoenen en handen (met zowel zand als water).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc, en de alinea staat in dat document op bytes 40949 tot 41858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c9979e9cfef86691ce7e7fb9ef99a6fc1117fd0edeaa3a43c4d5a04af6dc7bc | shasum -a 256