Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 februari 2024

Onder 1.7. Rechtbank Amsterdam 1 februari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:590.

14. Uitgangspunt in het huurrecht is dat de huurder als zwakke partij in vergaande mate beschermd dient te worden. Onderdeel daarvan is dat beëindiging van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd omdat de verhuurder dat wil aan (strenge) eisen moet voldoen. Bij beëindiging met wederzijds goedvinden gelden die eisen niet. Door dit wederzijds goedvinden eindigt de huurbescherming. Voor een geldige werking van een beëindiging van de huur met wederzijds goedvinden dient deze te zijn gesloten nádat de huur is ingegaan. Indien vóór of bij het ingaan van de huurovereenkomst afspraken gemaakt zouden kunnen worden over beëindiging van de huur, zou dit het systeem van huurbescherming kunnen ondergraven omdat een huurder dan wellicht niet in volledige vrijheid afstand van zijn rechten doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b0cac5b741b77c9cdfe1038b1802ba591d5b4ee13c2876167b6cc72593120c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b0cac5b741b77c9cdfe1038b1802ba591d5b4ee13c2876167b6cc72593120c, en de alinea staat in dat document op bytes 28264 tot 29078.