Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2024

Onder 5.99. Rechtbank Amsterdam 14 februari 2024

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:745.

5.102. Hiervoor in 5.12 heeft de rechtbank geoordeeld dat zij bevoegd is om te beslissen over de collectieve vorderingen ten behoeve van alle Vrouwen op de NL-gedaagden. De vorderingen op deze gedaagden van Vrouwen die hun implantatie buiten Nederland hebben gehad, zijn echter summierlijk ondeugdelijk. Voor deze vorderingen geldt namelijk dat BCW niet heeft toegelicht, en overigens ook ieder aanknopingspunt ontbreekt, dat deze Vrouwen bij hun implantatie een Implantaat hebben ontvangen dat door deze Nederlandse entiteiten is gedistribueerd. Daarmee ontbreekt een feitelijke grondslag van een vordering op de NL-gedaagden, en zijn deze vorderingen overduidelijk ongegrond. BCW is daarom niet-ontvankelijk in de vorderingen die zij tegen de NL-gedaagden heeft ingesteld voor de Vrouwen die hun implantatie buiten Nederland hebben gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcb9d39ed0cf7211313c0456bf09241532d8ed024314e49351cc49acc94eadbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcb9d39ed0cf7211313c0456bf09241532d8ed024314e49351cc49acc94eadbe, en de alinea staat in dat document op bytes 120372 tot 121226.