Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 januari 2025

Onder 12.1. Rechtbank Amsterdam 15 januari 2025

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:313.

Artikel 1018c lid 5 aanhef en onder b Rv bepaalt dat inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering slechts plaatsvindt indien en nadat de rechter heeft beslist dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt, voldoende is, en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ddb25389c0362d1d5c04b8590178a73d3800c42f266e5f89c7b2e685793a44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ddb25389c0362d1d5c04b8590178a73d3800c42f266e5f89c7b2e685793a44, en de alinea staat in dat document op bytes 146412 tot 147085.