Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 januari 2025

Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 21 januari 2025

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:486.

De raadsvrouw vindt dat de onder feit 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag niet kan worden bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans op de dood van aangever heeft aanvaard. Op basis van het dossier kunnen we vaststellen dat verdachte één schop in het gezicht gegeven. Hij heeft daarbij nimmer de bedoeling gehad aangever te doden. De kans dat die ene schop tot de dood had kunnen leiden is bovendien ook niet aanmerkelijk te noemen. Daarbij speelt een rol dat verdachte schoenen droeg zonder harde neus, maar ook dat aangever een helm droeg. Hierdoor waren de meest kwetsbare delen van zijn hoofd waren beschermd. De onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde zware mishandeling kan ook niet worden bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat aangever zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Er is dus hooguit sprake van het meer subsidiair tenlastegelegde, de poging tot zware mishandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09b2efd4beed1dd5ab1f590e24eee0bd043dbdbebed3150f555e6cda0ddfff5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09b2efd4beed1dd5ab1f590e24eee0bd043dbdbebed3150f555e6cda0ddfff5c, en de alinea staat in dat document op bytes 8164 tot 9136.