Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 oktober 2025
Onder 3.11. Rechtbank Amsterdam 15 oktober 2025
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7489.
5) In hoeverre is in het kader van vraag 4, bij de uitleg van het opdrachtbegrip in artikel 80 AVG, relevant dat op grond van de nationale regelgeving (de WAMCA) de betrokkene niet op voorhand kenbaar hoeft te maken dat hij gebonden wil zijn aan de collectieve schadevergoedingsactie? Daarbij geldt dat hij (in voorkomend geval) op twee momenten schriftelijk kan kiezen om geen gebruik te maken van de belangenbehartiging door de belangenbehartiger en dus niet gebonden te zijn, namelijk (i) binnen een door de rechter te bepalen termijn te rekenen vanaf het moment dat de belangenbehartiger door de rechtbank wordt aangewezen als (exclusieve) belangenbehartiger (artikel 1018f lid 1 Rv) en (ii) binnen een door de rechter te bepalen termijn in het geval partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten (artikel 1018h lid 5 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/239ba3c82aff1008723c769fcd62ef6e12b88d2755ab6d1e0adf083c56dcee3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 239ba3c82aff1008723c769fcd62ef6e12b88d2755ab6d1e0adf083c56dcee3f, en de alinea staat in dat document op bytes 23379 tot 24227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/239ba3c82aff1008723c769fcd62ef6e12b88d2755ab6d1e0adf083c56dcee3f | shasum -a 256