Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2025

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2025

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7703.

Artikel 7:610 lid 1 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, door uitleg aan de hand van de Haviltexmaatstaf – inhoudende dat het bij uitleg aankomt op de zin die partijen redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten (Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 “Haviltex”) – moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen (fase 1). Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt (fase 2). Voor deze kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. De Hoge Raad geeft tien gezichtspunten (HR 23 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) die van belang kunnen zijn:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f092f7582b73f34852ea409d565e4cf7ed16ff9b90d1c626279bf696a86b54b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f092f7582b73f34852ea409d565e4cf7ed16ff9b90d1c626279bf696a86b54b2, en de alinea staat in dat document op bytes 13692 tot 15023.