Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 november 2025
Alinea 41 Rechtbank Amsterdam 13 november 2025
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8788.
10. Verhuurder wordt niet gevolgd in haar stelling dat het overeengekomen bedrag van € 1.875,00 enkel zag op de huurprijs. Weliswaar staat in artikel 4.4. van de huurovereenkomst vermeld dat het bedrag van € 1.875,00 ‘ de huurprijs ’ is, maar onbetwist gelaten is dat bij het aangaan van de huurovereenkomst niet is gesproken of er al dan niet kosten voor het gebruik van meubilering en stoffering in rekening zou worden gebracht. Mede gelet op zowel de omvang als de prima staat van de meubilering, is het niet aannemelijk dat verhuurder dit alles om niet aan huurders ter beschikking heeft gesteld. Daarom is de kantonrechter - net als de huurcommissie - van oordeel dat het overeengekomen bedrag van € 1.875,00 niet alleen ziet op de huurprijs, maar ook op het gebruik van de meubilering en stoffering. Daarmee is sprake van een all-in huur. Toetsing aanvangshuurprijs op grond van 7:249 BW
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a249ecda164c2724ee588aca4ddc4d6a64fe0860f6f3aecd4b0f8d3bc8db117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a249ecda164c2724ee588aca4ddc4d6a64fe0860f6f3aecd4b0f8d3bc8db117, en de alinea staat in dat document op bytes 14170 tot 15171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a249ecda164c2724ee588aca4ddc4d6a64fe0860f6f3aecd4b0f8d3bc8db117 | shasum -a 256