Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 juni 2026

Onder 5.4.1. Rechtbank Amsterdam 9 juni 2026

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6299.

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting vast dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat er personen zijn die door het coronadatalek (daadwerkelijk) schade hebben geleden en die met behulp van de in dit geding uit te spreken verklaringen voor recht op eenvoudiger wijze dan zonder deze verklaringen voor recht hun schade zouden kunnen vorderen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat ICAM concreet in de gelegenheid is gesteld te reageren op de stelling van GGD GHOR dat er tot op heden, dus na het verstrijken van een periode van vier jaar, niet is gebleken dat er gegevens van groep A in verkeerde handen zijn gekomen en evenmin dat individuen, die niet financieel zijn gecompenseerd, inmiddels schadevergoedingsvorderingen hebben ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45fda67c672301f11710988df7479634f1ce0fc848865bc86c3729f30c4a8182. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45fda67c672301f11710988df7479634f1ce0fc848865bc86c3729f30c4a8182, en de alinea staat in dat document op bytes 26731 tot 27533.