Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 juli 2026

Onder 3.3.2 Rechtbank Amsterdam 1 juli 2026

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6647.

Bij [handelsnaam 2] deden [verdachte] en [medeverdachte 7] zelf de verkoopgesprekken. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat [handelsnaam 2] de potentiële kopers heeft geïnformeerd op basis van de informatie die hij en [verdachte] kregen van [bedrijf 3] . Van het FGS-geld is een deel gebruikt voor commissies, maar de rest zou worden gebruikt om machines te kopen en te gaan mijnen. In een opgenomen telefoongesprek van [verdachte] met een potentiële klant uit april 2016 zegt [verdachte] onder andere dat er een 43.101-rapport is waarin staat hoeveel goud er per ton in de grond zit, dat ze vijftig ton per uur uit de grond halen en bezig zijn met een upgrade naar 250 ton per uur en dat ze maximaal 25% vooruit verkopen aan particulieren, omdat zij het wel uit de grond moeten kunnen halen. Ook vertelt hij dat [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] moet laten zien wat er voor het geld is gekocht. Ze gebruiken [leverancier] in Nederland als leverancier. Ze zijn verplicht elke maand hun cijfers in te leveren. Mocht daar (de rechtbank begrijpt: bij de Amerikaanse beurs) alarm zijn, dan wordt dat gelijk gemeld aan de autoriteiten. Het wordt op deze manier gedaan, omdat ze bij banken geen financiering krijgen voor Afrika.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff97cb4c2d6ab027a39e76abddb63541bd67ee7dfb6cfb553d7aa907d7a6a524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff97cb4c2d6ab027a39e76abddb63541bd67ee7dfb6cfb553d7aa907d7a6a524, en de alinea staat in dat document op bytes 30617 tot 31977.