Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026

Onder 4.40. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7298.

Dat [naam 1] niet heeft geklaagd omdat zij niet compos mentis zou zijn en haar wil niet kon overzien, zoals ook door [eiser] gesteld, wordt evenmin gevolgd. Over de mentale staat van zijn moeder heeft [eiser] allereerst verschillende en tegenstrijdige standpunten ingenomen. In de dagvaarding licht [eiser] toe dat zijn moeder “nog steeds geheel mentaal in orde is”, terwijl zij op dat moment 95 jaar was. Ook stelt [eiser] dat zij moeder in 2012, ten tijde van de (volgens [eiser] ) ten onrechte niet-uitgevoerde betaalopdrachten probleemloos in staat was (en nog steeds is) om haar wil te bepalen, en dat dit onder meer blijkt uit het feit dat haar rijbewijs is verlengd voor de maximale termijn van vijf jaar. Dit is moeilijk te rijmen met de stelling dat [naam 1] destijds niet fit genoeg was om tijdig te protesteren. Bovendien werd [naam 1] bijgestaan door haar zoon [eiser] , zoals vastgesteld onder 4.16, die in belangrijke mate haar bankzaken voor haar deed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2, en de alinea staat in dat document op bytes 62636 tot 63656.