Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Onder 4.57. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7298.
Op 31 oktober en 6 december 2013 hebben op verzoek van [naam 1] getuigenverhoren plaatsgevonden. In die getuigenverhoren werd duidelijk (zoals ook hiervoor onder 4.16 reeds overwogen) dat [eiser] zelf een grote rol speelt bij de bankzaken van zijn moeder, evenals bij de niet-uitgevoerde betaalopdrachten. Zo verklaarde [naam 1] dat zij nooit transacties verricht via internetbankieren en dat zij niet meer wist of zij op de hoogte was van de niet-uitgevoerde betaalopdrachten, of wat er voorafging aan de overboekingen van € 850.000 tussen 12 juli en 27 juli 2012. [eiser] verklaarde dat hij de pincode van de bankpassen van zijn moeder kende en daarmee transacties kon verrichten via internetbankieren. Ook verklaarde hij dat hij zelf de tekst van de niet-uitgevoerde betaalopdrachten had opgesteld en had laten ondertekenen door zijn moeder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2, en de alinea staat in dat document op bytes 80558 tot 81418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2 | shasum -a 256