Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026

Onder 4.78. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7298.

In de dagvaarding stelt [eiser] dat de beëindiging van de bankrelatie onzorgvuldig was, omdat [naam 1] bezwaar heeft gemaakt tegen de verkoop van haar effecten. Dit argument wordt niet gevolgd. In de opzeggingsbrief van 25 februari 2014 heeft ABN AMRO aangegeven dat zij over zou gaan tot verkoop van de aandelen, tenzij [naam 1] tijdig een werkbare andersluidende instructie zou verstrekken. Op 28 februari 2014 ontving ABN AMRO toen een brief, ondertekend door [naam 1] , dat ABN AMRO “ voor 13 maart van mij respectievelijk mijn zoon, de exacte instructies [zal] ontvangen, deze zullen echter in totale tegenspraak zijn met wat de bank voorstelt ”. [naam 1] heeft echter, ook na verschillende verzoeken van ABN AMRO, geen instructies meer gegeven, waarna ABN AMRO over is gegaan tot de verkoop van de aandelen. Om diezelfde reden kan ABN AMRO niet worden verweten dat zij het saldo heeft verrekend, de aandelen heeft verkocht en het restant heeft overgemaakt op de Alex-rekening van [naam 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2, en de alinea staat in dat document op bytes 99123 tot 100171.