Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Onder 2.6. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7298.
Alle vorderingen in conventie worden afgewezen na een inhoudelijke beoordeling. De vorderingen die gegrond zijn op schending van de zorgplicht bij beleggingsdienst-verlening ten aanzien van [naam 1] (categorie a) worden afgewezen, omdat primair het beroep op verjaring en subsidiair het beroep op de schending van de klachtplicht van ABN AMRO slaagt. De vorderingen die verband houden met de (volgens [eiser] ten onrechte) niet-uitgevoerde betaalopdrachten (categorie b) en de beëindiging van de bankrelatie (categorie c) worden afgewezen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de eerdere vonnissen van de voorzieningenrechters van 2 oktober 2012 en 14 mei 2014. De stellingen van [eiser] in deze procedure werpen geen ander licht op de zaak. Tot slot worden ook de overige vorderingen afgewezen, omdat [eiser] in het ongelijk wordt gesteld en daarmee geen recht heeft op vergoeding van zijn proceskosten en daarmee samenhangende kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2, en de alinea staat in dat document op bytes 9592 tot 10544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2 | shasum -a 256