Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7298.
Dat [eiser] al langer optreedt namens zijn moeder, zowel in juridische procedures als in bankzaken, volgt uit verschillende stukken in het dossier. In 2012 en 2014 zijn in naam van [naam 1] twee kortgedingprocedures gevoerd. De dagvaardingen in die procedures waren uitgebracht in naam van [naam 1] , maar bij de mondelinge behandelingen van beide procedures was [naam 1] niet aanwezig, maar [eiser] wel. In het vonnis van 14 mei 2014 oordeelde de voorzieningenrechter over de verhouding tussen [eiser] en [naam 1] als volgt: “ Veeleer komt uit de verklaring, in zijn totaliteit bezien, het beeld naar voren van een persoon die in dezen haar belangen in grote mate heeft laten behartigen door haar zoon [eiser] en van de exacte gang van zaken, het bestaan van de inhoud van de verscheidene transacties en de op 27 juli 2012 gegeven betalingsopdrachten hoogstens zijdelings op de hoogte was ”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2, en de alinea staat in dat document op bytes 23186 tot 24129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdbf3a8621ce26bce5e135f94b31fd83879dc4b70807dea1e68feb8402eee2 | shasum -a 256