Citaat | Rechtbank Arnhem 30 juli 2003
Alinea 74 Rechtbank Arnhem 30 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 30 juli 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AI1619.
16. Aan immateriële schade vordert X een bedrag van € 65.000,-- (ƒ 143.241,15) gelet op de ingrijpende gevolgen die de beroepsfout van Z voor haar heeft gehad. Rijnstate werpt haar op dit punt onder verwijzing naar de hiervoor onder 1.8 genoemde brief van haar advocaat d.d. 2 juli 2001 echter terecht tegen dat tussen haar/medirisk, al dan niet krachtens volmacht vertegenwoordigd door schadeafwikkelaar Van Kouterik, en de advocaat van X inmiddels overeenstemming was bereikt over de omvang van het smartengeld ten bedrage van ƒ 95.000,--. Daaraan kan niet af doen dat Van Kouterik op dat moment nog toestemming moest krijgen voor dat bedrag van Medirisk. Daargelaten dat onweersproken ter comparitie door Van kouterik is gesteld dat die toestemming door Medirisk op een later moment is gegeven is niet gesteld of gebleken dat door partijen het bereiken van overeenstemming over de omvang van het smartengeld afhankelijk is gesteld van het verkrijgen van toestemming van Medirisk. Uit de brief van mr. Van Huussen blijkt dat in ieder geval niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a200cc552c251c984a1eef15698436b11c0e3ebc6f3a79bceb9531452833de22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a200cc552c251c984a1eef15698436b11c0e3ebc6f3a79bceb9531452833de22, en de alinea staat in dat document op bytes 26076 tot 27144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a200cc552c251c984a1eef15698436b11c0e3ebc6f3a79bceb9531452833de22 | shasum -a 256