Citaat | Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003

Alinea 88 Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AL2040.

10. Uit de vaststaande feiten blijkt dat MediRisk in haar brief van 19 oktober 1994 in reactie op de aansprakelijkstelling van het Ziekenhuis zonder enig voorbehoud aansprakelijkheid heeft erkend en vervolgens informatie heeft gevraagd over de schade van X. Deze brief heeft de verjaring jegens het Ziekenhuis gestuit (art. 3:318 BW) en op dat moment is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar aangevangen. Vervolgens heeft MediRisk met het oog op de vaststelling van de omvang van de schade twee medische expertises laten uitvoeren. Uit de stellingen van de partijen wordt afgeleid dat MediRisk op zichzelf de inhoud van deze rapportages d.d. 9 januari 1996 (Bruggink) respectievelijk 25 augustus 1997 (Raaymakers), op grond waarvan wel vast staat dat van schade en causaal verband tussen de verweten kunstfout en het bestaan van letsel/beperkingen sprake is, niet bestrijdt. Na ontvangst van de laatste rapportage heeft zij de onderhandelingen met X over de omvang van de uit te keren schadevergoeding voortgezet. Naar X onweersproken heeft gesteld heeft MediRisk haar bij brief van 24 oktober 1997 meegedeeld dat zij (X) de therapeutische mogelijkheden moest laten onderzoeken en dat zij daartoe haar huisarts moest consulteren, waarbij de kosten van behandeling zo nodig voor vergoeding in aanmerking zouden komen. Verder heeft MediRisk de advocaat van X zonder enig voorbehoud laten weten, bij brief van 2 oktober 2001, een aanvullend bedrag van f 23.500,-- betaalbaar te zullen stellen. Gelet op dit een en ander moet worden geoordeeld dat, zo niet reeds verdedigbaar is dat onder de geschetste omstandigheden (ook) de brief van 24 oktober 1997 een erkenning inhoudt van X’ recht op schadevergoeding en dus de verjaring toen is gestuit (HR 13 december 2002, NJ 2003, 212), het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat het Ziekenhuis zich er na de aan hem toe te rekenen erkenning van aansprakelijkheid jegens X op beroept dat op enig moment tijdens de lopende onderhandelingen de verjaringstermijn van vijf jaar is voltooid. Aangenomen moet dan worden dat een nieuwe verjaringstermijn is beginnen te lopen vanaf het ogenblik – naar X onweersproken heeft gesteld: in juni 2002 – waarop de onderhandelingen zijn afgebroken (HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195). Gelet op het voorgaande is van verjaring van de rechtsvordering van X op het Ziekenhuis hoe dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b4f7dc7b2b3c0c9a8a26dc7cdb2eef9e1b0aaa664de5de1072f4e6a701b202a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b4f7dc7b2b3c0c9a8a26dc7cdb2eef9e1b0aaa664de5de1072f4e6a701b202a, en de alinea staat in dat document op bytes 25342 tot 27768.