Citaat | Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003

Alinea 97 Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 20 augustus 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AL2040.

19. Hetgeen X bij repliek heeft aangevoerd komt in feite neer op een herhaling van haar eerdere stellingen, met als enige verschil dat zij haar berekening van de materiële schade heeft uitgebreid met de jaren 1999-2001 en dat zij de naam heeft genoemd van de firma die haar onderneming beweerdelijk had kunnen overnemen (Ladeco). Echter, tegenover de gemotiveerde betwisting van het Ziekenhuis had X hiermee niet mogen volstaan. Zij heeft nog niet het begin van feiten en omstandigheden gesteld waaruit – indien bewezen – kan volgen dat concreet zicht op die overname bestond en dat die overname niet is gerealiseerd als gevolg van de kunstfout. Evenmin is onderbouwd op welke uitgangspunten en veronderstellingen de hypothetische omzetgroei als gevolg van de overname is gebaseerd en op grond van welke argumenten zou moeten worden aangenomen dat die overname niet met een verhoging van de kosten gepaard zou zijn gegaan. Dat alles is óók bij repliek onduidelijk gebleven en in dit opzicht heeft X niet aan de op haar rustende stelplicht (conform de hoofdregel van art. 150 Rv) voldaan. Aan bewijslevering wordt dan niet toegekomen. De opgevoerde hypothetische omzetstijging kan dus in elk geval niet op de gestelde overname worden gegrond. Voor het overige is geen enkele deugdelijke onderbouwing voor de hypothetische omzetstijging in de berekening te vinden, zodat deze redelijkerwijs niet als uitgangspunt voor haar schade(berekening) kan dienen. Branchecijfers over de omzetgroei in de desbetreffende jaren heeft zij niet ter vergelijking genoemd, terwijl de aan 1994 voorafgaande jaarcijfers van de eigen vennootschap op zichzelf genomen geen aanleiding geven om uit te gaan van de hypothetische omzetstijging. Evenmin heeft zij in voldoende mate haar stelling met feiten en omstandigheden nader onderbouwd waarom zij door haar arbeidsongeschiktheid de vennootschap niet per 1 januari 1997 als enig aandeelhouder kon voortzetten. Dit valt zonder nadere toelichting niet te rijmen met de stelling dat zij ‘het gezicht’ van de onderneming is en de meeste (vaste) klanten speciaal naar de winkel komen voor het persoonlijk woninginrichtingsadvies van X, teminder waar zij bovendien heeft gesteld dat alle uitvoerende werkzaamheden die zij zelf niet meer kan verrichten – zoals stofferen – reeds worden uitbesteed aan freelancers. Ook in zoverre is niet voldaan aan de stelplicht omtrent het geleden zijn van schade. Aan bewijs wordt daarom niet toegekomen en aan het maken van een schatting op de voet van art. 6:97 BW evenmin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b4f7dc7b2b3c0c9a8a26dc7cdb2eef9e1b0aaa664de5de1072f4e6a701b202a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b4f7dc7b2b3c0c9a8a26dc7cdb2eef9e1b0aaa664de5de1072f4e6a701b202a, en de alinea staat in dat document op bytes 34809 tot 37368.