Citaat | Rechtbank Arnhem 12 mei 2004

Alinea 43 Rechtbank Arnhem 12 mei 2004

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 12 mei 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AP4232.

10. Om te kunnen vaststellen op welk moment de korte klachttermijn van artikel 7: 23 BW in dit geval gaat lopen zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. X stellen het gebrek te hebben ontdekt begin 2003 kort na de aanvang van de verbouwingswerkzaamheden. Uit de door X overgelegde brief van Blanksma Bouwbedrijf B.V. gedateerd 29 januari 2004 blijkt dat 27 januari 2003 schroefstempels werden aangevoerd ter ondersteuning van de vloer. Uit het bouwverslag van 13 februari 2003 blijkt dat in die week betonmonsters van de vloer en van de wand zijn afgegeven aan TNO voor druk en trekkracht controle. Niet duidelijk is wanneer de uitslag van dat onderzoek bekend is geworden aan X. In ieder geval is dat geweest vóór 5 maart 2003 omdat op die datum C, namens X, V & W Makelaars, de makelaar van Z, aansprakelijk heeft gesteld voor alle kosten die samenhangen met het herstel van de verdiepingsvloer. Deze brief die niet gericht is aan Z en waarin niet Z maar hun makelaar in zijn hoedanigheid van makelaar, niet als belangenbehartiger van Z, aansprakelijk wordt gesteld kan niet gelden als kennisgeving aan Z. Z hebben gesteld pas bij brief van 17 juli 2003 afkomstig van DAS Rechtsbijstand aansprakelijk te zijn gesteld door X en eerder niet op de hoogte te zijn gesteld van de gebreken. X hebben op de comparitie van partijen gesteld dat de DAS namens hen Z medio mei 2003 aansprakelijk heeft gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38714abb44a784a0b3ca6c503fee8dcea249e2537a7c246b3d5e05ba9da68a1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38714abb44a784a0b3ca6c503fee8dcea249e2537a7c246b3d5e05ba9da68a1b, en de alinea staat in dat document op bytes 11364 tot 12798.