Citaat | Rechtbank Arnhem 11 maart 2005

Alinea 45 Rechtbank Arnhem 11 maart 2005

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 11 maart 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AS9903.

1.2 [slachtoffer] is voor het laatst gezien op 4 december 2003 rond 20.15 uur. Nadien is hij door niemand meer gesignaleerd. Er zijn door hem daarna geen (pogingen tot) financiële transacties verricht, hij heeft geen telefoontjes meer gepleegd, noch heeft hij oproepen op zijn mobiele telefoon beantwoord. Ook heeft hij geen contact gezocht met de Pompekliniek, wat gelet op de persoon van [slachtoffer] niet in de rede lag. De rechtbank merkt hierbij op dat uit de verklaring van de getuige [naam] niet kan worden afgeleid dat zij [slachtoffer] op de avond van 4 december 2003 na 20.15 uur heeft gezien. De strijkplank waarover zij verklaart dat hij die gekregen zou hebben tijdens de sinterklaasviering die avond, stond nog ingepakt op de kamer van [slachtoffer]. De blouse waarover getuige [naam] verklaart heeft hij daarop dus niet gestreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/487682af2474c29a5a0c4ae03f155ca713e58a00ebacff4880753b7b2c282340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 487682af2474c29a5a0c4ae03f155ca713e58a00ebacff4880753b7b2c282340, en de alinea staat in dat document op bytes 10816 tot 11676.