Citaat | Rechtbank Arnhem 11 maart 2005
Alinea 52 Rechtbank Arnhem 11 maart 2005
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 11 maart 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AS9903.
2.4 Hierbij wordt nog overwogen dat deze aanname bevestiging vindt in de omstandigheid dat verdachte na de verdwijning van [slachtoffer] niet eenmaal getracht heeft telefonisch met hem in contact te komen. Dit terwijl hij in de maand daarvoor veelvuldig, mede op zijn initiatief, telefonisch contact onderhield met [slachtoffer]. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het slachtoffer nog wel gebeld heeft op zijn huistelefoon. Deze verklaring is ongeloofwaardig, nu verdachte sedert 5 december 2003 om 12.15 uur op de hoogte was gesteld van de verdwijning van [slachtoffer] en wist dat deze dus niet te bereiken was bij Arcuris.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/487682af2474c29a5a0c4ae03f155ca713e58a00ebacff4880753b7b2c282340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 487682af2474c29a5a0c4ae03f155ca713e58a00ebacff4880753b7b2c282340, en de alinea staat in dat document op bytes 13314 tot 13973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/487682af2474c29a5a0c4ae03f155ca713e58a00ebacff4880753b7b2c282340 | shasum -a 256