Citaat | Rechtbank Arnhem 27 april 2005

Alinea 43 Rechtbank Arnhem 27 april 2005

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 27 april 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT6049.

8 Op de comparitie hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] de nieuwe stelling betrokken dat hun makelaar mevrouw [betrokkene 1] op 21 november 2003 en op 28 of 29 november 2003 telefonisch contact heeft opgenomen met de makelaar van [gedaagde 2] en [gedaagde 1]. Deze gesprekken gingen specifiek over de septic-tanks en over het feit dat er aansluiting op het riool moest plaatsvinden. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] hebben hun stelling gehandhaafd dat [eiseres 1] en [eiseres 2] pas op 23 april 2004 hebben laten weten dat er gebreken waren. Zij hebben gesteld niets van hun makelaar te hebben vernomen met betrekking tot de hiervoor genoemde telefoongesprekken. In de eerste plaats dient de vraag te worden beantwoord of de telefoongesprekken tussen [betrokkene 1] en de verkopend makelaar kunnen gelden als een (tijdige) kennisgeving in de zin van artikel 7:23 BW. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d73d2a2a4d6e5d2d58b87f71fad5cf71232c74437518849276cd26d19e0b40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d73d2a2a4d6e5d2d58b87f71fad5cf71232c74437518849276cd26d19e0b40, en de alinea staat in dat document op bytes 12302 tot 13216.