Citaat | Rechtbank Arnhem 4 mei 2005
Alinea 69 Rechtbank Arnhem 4 mei 2005
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 4 mei 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT7634.
nemen, zal de voorzieningenrechter er niet aan ontkomen ook laatstgenoemde octrooirechtelijke stellingen in zijn oordeel te betrekken. Partijen zijn hierop ter zitting - waarop zij overigens beide werden vergezeld van hun octrooi-gemachtigde - ook uitvoerig ingegaan. Ten aanzien van octrooirechtelijke geschillen geldt dat ingevolge artikel 80 van de Rijksoctrooiwet 1995 (hierna: ROW 1995), deze uitsluitend ter berechting kunnen worden voorgelegd aan de rechtbank te ’s-Gravenhage en de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Voorshands geoordeeld behoort de beoordeling van de door Fico geponeerde stellingen, hoewel aan de vordering zelf een onrechtmatig handelen ten grondslag is gelegd, dus ook daar plaats te vinden. Deze stellingen vallen immers onder het bereik van respectievelijk artikel 80 lid 1 sub a ROW 1995 (juncto artikel 75 lid 1 sub a juncto artikel 6 ROW 1995) en artikel 80 lid 2 sub b ROW 1995.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/104fc7c859504c9f35151bdca76968fe54ebb0c61bd185f5c52fb9419a8e68bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 104fc7c859504c9f35151bdca76968fe54ebb0c61bd185f5c52fb9419a8e68bc, en de alinea staat in dat document op bytes 15125 tot 16060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/104fc7c859504c9f35151bdca76968fe54ebb0c61bd185f5c52fb9419a8e68bc | shasum -a 256