Citaat | Rechtbank Arnhem 14 december 2005

Alinea 91 Rechtbank Arnhem 14 december 2005

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 14 december 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AV1439.

[Y] heeft niet betwist dat hij op de hoogte was van deze bijzondere omstandigheden. Bovendien wist hij dat voor het vestigen van een nieuwe hypotheek de instemming van [X] was vereist. Immers, ter comparitie heeft hij hierover verklaard: “Op het moment dat dochter [X] bij mij kwam voor de derde hypotheek ben ik uitgegaan van de instemming van vader [X]”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1aed8f6a2a120d304b41e3d0637393ee8054482f929c4f8822de1035eb70fb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1aed8f6a2a120d304b41e3d0637393ee8054482f929c4f8822de1035eb70fb2, en de alinea staat in dat document op bytes 15661 tot 16037.