Citaat | Rechtbank Arnhem 4 juli 2007

Alinea 73 Rechtbank Arnhem 4 juli 2007

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 4 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB0141.

5.5. In het arrest HR 30 mei 1997, NJ 1997, 663 (Van Essen/Aalbrecht) overwoog de Hoge Raad onder meer dat opeisbaarheid van de schuld van HCT aan de Aalbrecht Groep er niet aan in de weg stond dat een betaling door HCT en een onverplichte overdracht van haar activa aan tot de Aalbrecht Groep behorende vennootschappen, mede gelet op de art. 42, 43 en 47 F. en 343 Sr., als een onrechtmatige daad van haar bestuurders Aalbrecht en Looman en/of als een onbehoorlijke vervulling van hun taak in de zin van art. 2:248 BW konden worden aangemerkt. Dit is van belang voor zover de gedaagden zich, zoals hieronder nader zal worden aangegeven, op opeisbaarheid van een aantal vorderingen beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d9dd3ef407f66669448f824f5c9ca61f3f25ea94765df739df48d7a73e9aa1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d9dd3ef407f66669448f824f5c9ca61f3f25ea94765df739df48d7a73e9aa1d, en de alinea staat in dat document op bytes 16928 tot 17632.