Citaat | Rechtbank Arnhem 4 juli 2007

Alinea 89 Rechtbank Arnhem 4 juli 2007

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 4 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB0141.

5.13. Dan blijft over de vraag of [XXX] op 1 december 2003 wist of behoorde te weten dat haar faillissement onafwendbaar zou zijn omdat zij Europatuin als klant kwijt was, haar werknemers naar huis gestuurd waren en er sedertdien geen werkzaamheden meer verricht werden. De rechtbank concludeert uit de stukken en het ter comparitie verklaarde, dat [XXX] dreef op de opdrachten van Europatuin. Deze zorgde voor 80% van de opdrachten van [XXX]. Voorts staat vast dat [XXX] was opgericht om Europatuin te bedienen en is ten aanzien van de resterende 20% van de opdrachten gebleken dat een deel daarvan samenhing met de opdrachten van Europatuin en dus ook zou wegvallen. Ten aanzien van die 20% is gesteld noch gebleken dat zij [XXX] een reden of voldoende middelen van bestaan gaven. Dat het personeel half november 2003 naar huis gestuurd was, is ter comparitie erkend door [gedaagde 3].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d9dd3ef407f66669448f824f5c9ca61f3f25ea94765df739df48d7a73e9aa1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d9dd3ef407f66669448f824f5c9ca61f3f25ea94765df739df48d7a73e9aa1d, en de alinea staat in dat document op bytes 24968 tot 25869.