Citaat | Rechtbank Arnhem 3 september 2008
Alinea 65 Rechtbank Arnhem 3 september 2008
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 3 september 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BF5174.
4.6. Het voorgaande leidt tot de voorlopige conclusie dat het bestaan en de omvang van de vordering van Maxi Trading niet in hoge mate aannemelijk zijn geworden. Hetgeen [de accountants] ter zitting tegen het onder 4.5. weergegeven betoog van de Staat hebben ingebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Zij hebben bijvoorbeeld geen eenduidige mededelingen gedaan over de overeenkomst tussen [betrokkene] en Maxi Trading, zodat niet valt uit te sluiten dat er toch een consignatieovereenkomst bestaat. Bovendien is van belang dat Maxi Trading herhaalde malen heeft aangegeven dat zij thans in liquiditeitsnood verkeert, omdat het bedrag nog steeds niet door de belastingdienst is terugbetaald. Daarmee is weliswaar het spoedeisend belang voor deze kort gedingprocedure gegeven, maar staat eveneens vast dat er sprake is van een aanzienlijk restitutierisico aan de zijde van Maxi Trading. Een en ander leidt tot de conclusie dat de primaire vordering van Maxi Trading dient te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd6cdd6727e51d12c99774ac5993016c9f0197bb4004e4d0b5319e6464ee9778. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd6cdd6727e51d12c99774ac5993016c9f0197bb4004e4d0b5319e6464ee9778, en de alinea staat in dat document op bytes 18297 tot 19304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd6cdd6727e51d12c99774ac5993016c9f0197bb4004e4d0b5319e6464ee9778 | shasum -a 256