Citaat | Rechtbank Arnhem 3 maart 2010

Alinea 39 Rechtbank Arnhem 3 maart 2010

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 3 maart 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BL6937.

‘(…) In mijn brief van 11 januari j.l. schreef ik naar aanleiding van een controle op 7 januari dat de prognose oogheelkundig goed leek. Daarbij ging ik er vanuit dat de klachten van patiënt wel meevielen en bovendien zeer tijdelijk van aard zouden zijn. Gebleken is dat die prognose niet is uitgekomen. Patiënt ondervindt thans nog steeds bij het lezen en schrijven zomede het autorijden belemmeringen tengevolge van dubbelzien en de troebelingen in beide ogen, die hem verhinderen zijn beroep normaal en in volle omvang uit te oefenen. (…) De door patiënt geuite klachten acht ik reëel. Patiënt verkeert door de troebelingen en het na de operatie niet meer optimaal in evenwicht zijn van de oogspieren tengevolge van de inspanning bij het zien in een constante stress. Het trachten goed te blijven zien levert vermoeidheid op en dat heeft ook tot gevolg dat hij dan meer hinder gaat krijgen van de troebelingen. Zijn drempel voor de troebelingen zakt. De hoofdpijn is daardoor verklaarbaar. Anders dan ik u op 11 januari in het algemeen heb gesuggereerd, heb ik geen grond om bij deze patiënt in enig opzicht het optreden van geestelijke decompensatie aan te nemen. Voor wat betreft het dubbelzien is patiënt gezien op onze afdeling orthoptie. (…).’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/830b1bf2766f6b2867863643bea5c6c46e61501d99da0337def02b46f4fe90dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 830b1bf2766f6b2867863643bea5c6c46e61501d99da0337def02b46f4fe90dd, en de alinea staat in dat document op bytes 9365 tot 10646.