Citaat | Rechtbank Arnhem 15 oktober 2010

Alinea 72 Rechtbank Arnhem 15 oktober 2010

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 15 oktober 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO2120.

Naar vaste jurisprudentie vang de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM aan als op zijn minst gesproken kan worden van een geschil tussen partijen. Over het algemeen zal dat zijn op het moment dat een bezwaarschrift wordt ingediend. Dat betekent dat de redelijke termijn in deze zaak is gaan lopen op het moment dat de bezwaarschriften tegen het besluit van 19 augustus 2009 zijn ingediend. Voorts geldt in de jurisprudentie als uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure als de onderhavige in bezwaar en beroep in beginsel niet wordt overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan drie jaar in beslag heeft genomen. De overschrijding van de termijn voor behandeling van het bezwaar door een bestuursorgaan wordt gecompenseerd door de feitelijke termijn van behandeling van het beroep bij de rechtbank. In deze zaak bedraagt het totaal van die termijnen vanaf het indienen van de bezwaarschriften tegen het besluit van 19 augustus 2009 tot aan deze uitspraak nog geen anderhalf jaar. Dit betekent dat de redelijke termijn voor de gehele procedure niet is overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/219caa4992fe1dfaff72a6e8627e8cf2816ea3ec6ea0854fb84538e53317b477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 219caa4992fe1dfaff72a6e8627e8cf2816ea3ec6ea0854fb84538e53317b477, en de alinea staat in dat document op bytes 24867 tot 25995.