Citaat | Rechtbank Arnhem 22 december 2010
Alinea 175 Rechtbank Arnhem 22 december 2010
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 22 december 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BP0931.
4.13. Weliswaar is in dit artikel bepaald dat een aanvrager, zijnde een fabrikant/registratiehouder, wordt meegedeeld welke rechtsmiddelen hem ter beschikking staan met betrekking tot de inhoud van het voorgenomen besluit, maar het gaat hier om de zogenaamde eerste fase, de fase waarin de minister een geneesmiddel opneemt in het geneesmiddelenvergoedingensysteem (artikel 2.8 lid 1 sub a juncto lid 5 Besluit zorgverzekering). Artikel 2.50 lid 6 Regeling zorgverzekering ziet dus niet op de - tweede - fase waarom het in de onderhavige zaak gaat, waarin aan de hand van de door de minister vastgestelde lijst de zorgverzekeraar per werkzame stof één geneesmiddel aanwijst (artikel 2.8 lid 3 Besluit zorgverzekering). Bovendien gaat het hier om twee verschillende kwesties. Niets staat er voor de farmaceuten aan in de weg om zich tot de burgerlijke rechter te wenden. Dat blijkt ook reeds uit het feit dat de farmaceuten de onderhavige kort gedingprocedure aanhangig hebben kunnen maken. Zij kunnen dus in een procedure het oordeel van de rechter inroepen over de vraag of een zorgverzekeraar onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld. Daarmee is rechtsbescherming gewaarborgd. Vanzelfsprekend is daarmee niet gezegd dat het materiële recht zodanig moet zijn dat die zorgverzekeraar ook daadwerkelijk wordt gevrijwaard van schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df469889e1cc212a43faaeba4f670b0f944006d7aa8e43d588d55f0ec0594ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df469889e1cc212a43faaeba4f670b0f944006d7aa8e43d588d55f0ec0594ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 43960 tot 45307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df469889e1cc212a43faaeba4f670b0f944006d7aa8e43d588d55f0ec0594ffa | shasum -a 256