Citaat | Rechtbank Arnhem 29 december 2010

Alinea 116 Rechtbank Arnhem 29 december 2010

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 29 december 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BP1591.

14. De wetgever acht dus de situatie waarin Le Roux via de administratie van haar schuldenaar wil nagaan wat er bij haar schuldenaar is gebeurd dat ertoe heeft geleid dat zij benadeeld is op de concreet door haar aangegeven wijzen, voldoende om haar in een proces tegen [gedaagde] mogelijkheden te verschaffen om die administratie in te zien. Er is dus sprake van een rechtstreeks belang, het belang van de schuldeiser, en van voldoende belang, namelijk het belang om na te gaan of en, zo ja, hoe de door haar gestelde feiten zich hebben voorgedaan. Dit belang is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet minder rechtstreeks en voldoende wanneer Le Roux zich via de curator ingang tot de administratie wil verschaffen. Het faillissement van [gedaagde] maakt immers een eerst rechtstreeks aanspreken van [gedaagde] voor wat de administratie betreft procestechnisch vrijwel onmogelijk en voor wat betaling betreft bovendien in feite zinloos.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42e6a48d1d54fe465f933eb566f370cc9bb7e39d6801582d602ebd7ce27936c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42e6a48d1d54fe465f933eb566f370cc9bb7e39d6801582d602ebd7ce27936c0, en de alinea staat in dat document op bytes 37247 tot 38218.